Aantal BHV-ers verplicht: hoeveel nodig?

Aantal BHV-ers verplicht: hoeveel nodig? Een BHV organisatie opzetten is maatwerk waarbij per locatie gekeken wordt naar de maatgevende factoren. Voor 1 januari 2007 gold de regel dat er op de 50 medewerkers  1 BHV-er nodig was. Dat bleek echter volkomen onlogisch gezien de totaal verschillende risico scenario’s per onderneming.
De opzet van de BHV organisatie en het aantal BHV-ers dat nodig en verplicht is wordt aan de hand van maatgevende factoren en de RI&E bepaald:

Maatgevende factoren:

1. Externe risico’s.
Gevaren komen soms van buitenaf. Als uw onderneming is gevestigd naast een andere onderneming waar met brandgevaarlijke of explosieve stoffen wordt gewerkt, dan loopt uw onderneming daarmee veel extra risico.

2. De aard, grootte en complexiteit van het gebouw.
Hoe een gebouw in elkaar zit bepaalt onder andere hoe snel het ontruimd kan worden. Een nieuw gebouw met brede gangen kan sneller ontruimd worden dan ouderwetse, onoverzichtelijke gebouwen. Ook de aanwezigheid van verdiepingen en de breedte van de trappen zijn factoren die van invloed zijn op de snelheid van ontruimen en het aantal BHV-ers dat nodig is.

3. De mate van zelfredzaamheid.
Als er mensen in het gebouw aanwezig zijn die zichzelf minder goed kunnen redden dan heeft men meer BHV-ers nodig bij een ontruiming. Te denken valt aan kinderen, ouderen, gehandicapten en zieken.

4. Beschikbaarheid en opkomsttijd van de professionele hulpverleningsdiensten
Hoe snel de professionele hulpdiensten aanwezig kunnen zijn bepaalt ook hoeveel BHV-ers aanwezig moeten zijn en hoe die getraind moeten zijn. Er zit een groot verschil in of de onderneming in de stad zit in dezelfde straat als de brandweer of dat de onderneming gevestigd is een klein dopje op het platteland waar de dichtstbijzijnde brandweerpost twee dorpen verderop zit.

De RI&E:

Wat kan men terug vinden in een RI&E? (Risico Inventarisatie en Evaluatie)

1. In kaart brengen van eventuele gevaar en wat er al is gedaan om welzijn, gezondheid en veiligheid te bevorderen.

2. In kaart brengen van risico’s die aan gevaar zijn verbonden.

3. Vastleggen wat er gedaan zal worden om de risico’s te minimaliseren. Dit wordt vast gelegd in een plan van aanpak.

In de RI&E zou verder aandacht gegeven kunnen worden aan zaken als risico’s met betrekking tot gevaarlijke stoffen, fysieke belasting, beeldschermwerk, lawaai, arbeidsmiddelen, beschermingsmiddelen en pestgedrag op de werkvloer.

Op basis van de maatgevende factoren en de RI&E wordt dus het aantal BHV-ers bepaalt. Er is dus geen vaste regel meer die standaard bepaald hoeveel BHV-ers aanwezig dienen te zijn, maar dit wordt per onderneming aan de hand van vele factoren bepaald. Nadat dit aantal bepaald is, kan aan de hand van het oefenen van bepaalde scenario’s worden gekeken of men inderdaad genoeg BHV-ers in huis heeft. Ook van belang is, dat tijdens ziekte en vakanties afwezige BHV-ers vervangen worden, zodat het aantal aanwezige BHV-ers nog steeds volgens de bedrijfsspecifieke norm klopt.